De minste rokers in de regio Parkstad wonen in de landelijke gemeenten Voerendaal en Simpelveld. In Voerendaal rookt 10,1 procent van de volwassenen. In Simpelveld 10,7 procent. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Afkickkliniekwijzer.nl ter gelegenheid van Stoptober.
De meeste rokers onder volwassenen in deze regio wonen volgens dit onderzoek in Heerlen en Kerkrade. In beide gemeenten rookt 20,4 procent van de volwassenen. Onder 18- tot 64-jarigen in Kerkrade ligt het percentage zelfs op 25 procent. Daarmee rookt in deze leeftijdsgroep één op de vier volwassenen.
In Landgraaf rookt 17,1 procent van de volwassenen, in Brunssum 16,5 procent en in Beekdaelen 15,1 procent. Daarmee ligt Beekdaelen ligt precies op het Limburgs gemiddelde. Het landelijk gemiddelde is 15,6 procent. Daar liggen Kerkrade en Heerlen dus fors boven.
Het onderzoek brengt in kaart waar de nicotineproblematiek in Nederland het hardnekkigst is en waar de grootste behoefte aan preventie bestaat. Voor het onderzoek zijn alle 342 Nederlandse gemeenten met elkaar vergeleken op basis van de Gezondheidsmonitor van het RIVM, CBS en de GGD, waarbij de ontwikkeling van 2012 tot en met de meest recente peilingen (2022–2024) is geanalyseerd.
Grote regionale verschillen
Landelijk rookt momenteel 15,6 procent van de volwassenen en vapet 4,3 procent weleens. E-sigaretten hebben het traditionele roken echter niet vervangen. Hoe sterk het roken in een gemeente sinds 2012 ook is gedaald, daar wordt niet vaker gevapet dan elders. Roken en vapen komen wel relatief vaak samen voor in de grote steden. Amsterdam, Rotterdam en Groningen behoren bij beide vormen van nicotinegebruik tot de gemeenten met de hoogste percentages.
De geografische verschillen in rookgedrag zijn aanzienlijk. Groningen is met 22,5 procent rokers de gemeente met het hoogste percentage van het land. Rotterdam (21,3%) en Amsterdam (21,1%) volgen op korte afstand. Alle drie liggen ze ruim boven het landelijke gemiddelde van 15,6 procent. Ook Zuid-Limburg springt eruit.
Tegelijkertijd is het aandeel rokers in alle 342 gemeenten sinds 2012 gedaald, zonder uitzondering. De grootste daling vond plaats in Westerwolde, waar het percentage afnam van 28,9 naar 17,3 procent. Ook de verschillen tussen gemeenten zijn kleiner geworden. Waar de bandbreedte in 2012 nog tussen 15 en 30 procent lag, ligt die nu tussen 10 en 23 procent.
Roken hangt samen met geldzorgen en opleiding
Naast geografische ligging speelt ook de sociaaleconomische positie een duidelijke rol in het rookgedrag. Het onderzoek laat zien dat roken de sociaaleconomische kloof nauw volgt. Landelijk rookt 21,6 procent van de volwassenen met basisonderwijs, vmbo of mbo1, tegenover 13,8 procent van de hbo- en wo-opgeleiden. Ook binnen gemeenten zijn de verschillen zichtbaar. In het vijfde deel van de gemeenten waar de meeste inwoners moeite hebben met rondkomen, rookt gemiddeld 16,4 procent. In het vijfde deel met de minste geldzorgen is dat 12,2 procent.
Bij vapen ligt dit patroon anders. Landelijk vapen mensen met een lagere opleiding juist het minst, 2,1 procent tegenover 4,0 procent in de middengroep. Vapen is bovendien vooral een jongerengewoonte. Onder 18- tot 24-jarigen vapet landelijk 8,6 procent, tegenover 1,0 procent van de 65-plussers. Mannen en vrouwen doen dat vrijwel even vaak, met respectievelijk 4,4 en 4,2 procent.
“De cijfers laten zien dat nicotineverslaving verschillende gezichten heeft,” zegt Paul Jansen, medeoprichter van Afkickkliniekwijzer.nl. “Waar traditioneel roken nog altijd hardnekkig toeslaat bij gemeenten waar bewoners kampen met veel geldzorgen, zien we dat vapen zich als een lopend vuurtje verspreidt onder jongeren in de steden. Gemeenten kunnen niet langer op één preventieaanpak vertrouwen, maar moeten hun beleid precies afstemmen op de specifieke nicotineproblematiek in hun eigen wijk of regio.”